ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3240
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens beperkte zicht op uitzetting naar China na belangenafweging
Eiser, een Chinese nationaliteit dragende vreemdeling, is op 31 oktober 2006 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerder ongegrond verklaard beroep tegen deze maatregel, stelde eiser op 8 maart 2007 beroep in tegen de voortzetting van zijn bewaring en vorderde opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank onderzocht de voortvarendheid van de afgifte van een laissez-passer (lp) door de Chinese autoriteiten. Hoewel verweerder voldoende voortvarend had gehandeld bij het indienen en opvolgen van de lp-aanvraag, bleek uit statistische gegevens dat het zicht op uitzetting beperkt is door het geringe aantal afgegeven lp’s. Verweerder kon niet aangeven waarom sommige lp-aanvragen succesvol waren en andere niet.
De rechtbank weegt deze omstandigheden mee in de belangenafweging en concludeert dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel na bijna vijf maanden niet langer redelijk is. Er zijn geen bijzondere belangen die voortzetting rechtvaardigen. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven per 29 maart 2007, en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven per 29 maart 2007 wegens het beperkte zicht op uitzetting en het ontbreken van bijzondere belangen voor voortzetting.