ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3247
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na kinderrechterlijke beschikking en afwijzing schadevergoeding
Eiseres was in vreemdelingenbewaring geplaatst en diende een beroepschrift in tegen het voortduren daarvan. De rechtbank verklaarde het beroep aanvankelijk ongegrond, maar de voorzieningenrechter oordeelde op 15 maart 2007 dat het bezwaar van eiseres tegen haar ongewenstverklaring gegrond was en verbood de gedwongen uitzetting totdat opnieuw op het bezwaar was beslist.
Op 28 maart 2007 stelde de kinderrechter eiseres’ zoon onder toezicht en machtigde een uithuisplaatsing, met het oog op het opbouwen van een band tussen moeder en zoon voordat zij naar Colombia zouden reizen. De vreemdelingenbewaring werd op 30 maart 2007 opgeheven, twee dagen na deze kinderrechterlijke beschikking.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet eerder dan na de beschikking van 28 maart hoefde te besluiten tot opheffing van de bewaring, mede vanwege het belang van de minderjarige zoon. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het handelen van verweerder voldoende voortvarend was geweest. Wel werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd terecht opgeheven na kinderrechterlijke beschikking en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.