ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3297
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Zorgkantoor mocht offerte SABO niet als zelfstandige AWBZ-aanbieder beoordelen
In deze zaak staat centraal of het Zorgkantoor terecht de offerte van Stichting Algemene Bejaardenoorden (SABO) niet afzonderlijk heeft beoordeeld als zelfstandige aanbieder van extramurale AWBZ-zorg binnen de vrije ruimte van het budget. SABO had zelfstandig ingeschreven, maar het Zorgkantoor legde haar offerte terzijde omdat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in december 2006 had aangegeven dat SABO niet als zelfstandige zorgaanbieder werd beschouwd voor het maken van productieafspraken.
De rechtbank stelt vast dat SABO sinds 2005 opereert onder het instellingsnummer van Stichting Valent RDB vanwege stichtingsbudgettering binnen het Valentconcern, en dat SABO geen eigen toelating of instellingsnummer bij de NZa heeft. Het aanbestedingsdocument vereist dat zorgaanbieders beschikken over een formele toelating om voor contractering in aanmerking te komen. Het Zorgkantoor mocht daarom twijfelen aan de geschiktheid van SABO.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de algemene beginselen van aanbestedingsrecht, zoals objectiviteit, non-discriminatie en transparantie, vereisen dat het Zorgkantoor de geschiktheidseisen strikt handhaaft en geen onzekere aanbieder in het inkooptraject betrekt. SABO heeft nagelaten tijdig duidelijkheid te verkrijgen over haar zelfstandige toelating, waardoor het Zorgkantoor terecht haar offerte buiten beschouwing heeft gelaten.
De vorderingen van SABO worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat het Zorgkantoor niet verplicht was SABO als zelfstandige aanbieder te behandelen zolang onduidelijkheid bestond over haar toelating en geschiktheid.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het Zorgkantoor terecht de offerte van SABO niet als zelfstandige aanbieder heeft beoordeeld en wijst de vorderingen van SABO af.