ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3409
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel en zicht op uitzetting naar China
Eiser, een minderjarige van Chinese nationaliteit, is sinds december 2006 in bewaring gesteld in het kader van uitzetting. Na een eerder ongegrond verklaard beroep tegen deze maatregel, is nu beroep ingesteld tegen de voortduring van de bewaring. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting behandeld en aanvullende informatie opgevraagd bij verweerder.
De rechtbank overweegt dat hoewel het zicht op uitzetting naar China beperkt is vanwege het geringe aantal afgegeven laissez-passers, dit zicht niet geheel ontbreekt. Verweerder heeft voldoende voortvarend gehandeld, onder meer door mondeling te rappelleren bij de Chinese autoriteiten. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn identiteit en nationaliteit grotendeels heeft medegedeeld en dat er geen bijzondere belangen zijn die voortduring van de maatregel rechtvaardigen.
Gezien de beperkte voortgang van het onderzoek, de duur van de bewaring van ruim drie maanden en het feit dat eiser minderjarig is, weegt de rechtbank de belangen in het voordeel van eiser. De voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel wordt daarom als onredelijk beoordeeld. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven per 29 maart 2007 en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven per 29 maart 2007 wegens beperkte voortgang en belangenafweging in zijn voordeel.