ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3559
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
De vreemdeling, van Chinese nationaliteit, was in bewaring gesteld en betwistte de voortzetting van deze maatregel wegens gebrek aan zicht op uitzetting. Hij voerde aan dat de Chinese autoriteiten nauwelijks laissez-passers afgeven en dat de bevolkingsadministratie in China tekortkomingen vertoont, waardoor identificatie moeilijk is.
De rechtbank stelde vast dat de rechtmatigheid van de bewaring eerder was bevestigd en richtte zich op de vraag of voortzetting gerechtvaardigd was. Verweerder toonde aan dat er voldoende zicht op uitzetting bestaat, mede doordat de vreemdeling zelf kan bijdragen aan het verkrijgen van een laissez-passer door relevante gegevens te verstrekken. De Chinese autoriteiten baseren hun besluit op dossierinformatie, en sinds april 2006 zijn 15 laissez-passers afgegeven.
Hoewel de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting en verschillende personalia heeft opgegeven, is op 18 januari 2007 een aanvraag voor een laissez-passer ingediend en in behandeling genomen. Wekelijks contact met de Chinese ambassade wordt onderhouden. De rechtbank concludeerde dat er geen feiten zijn die de voortzetting van de bewaring onrechtmatig maken en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.