ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3877
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening WAO-besluiten wegens ontbreken van nieuwe feiten
Eiseres, een BV gevestigd te Den Haag, verzocht de herziening van besluiten van 22 februari 2005 waarin zij werd aangewezen als eigen risicodrager voor WAO-uitkeringen. Verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, wees het verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een terugkomen van de besluiten konden rechtvaardigen.
Eiseres stelde dat de besluiten berustten op een kennelijke misslag, omdat er geen sprake was van een bedrijfsovername en de betrokken personen nooit bij haar in dienst waren geweest. Deze feiten waren echter reeds in het oorspronkelijke bezwaar naar voren gebracht, dat niet-ontvankelijk was verklaard wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van tijdige indiening voor rekening van eiseres komt en dat het verzoek tot herziening geen zogeheten nova bevatte.
Verweerder was op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb bevoegd het verzoek vereenvoudigd af te wijzen. De rechtbank vond geen reden om te oordelen dat verweerder onredelijk had gehandeld. Ook de stelling dat de besluiten kennelijk onjuist waren, werd verworpen omdat dit zonder nieuwe feiten geen zelfstandige grond voor herziening vormt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen.