ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4271
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke detentie ondanks tekortschieten inspanningsverplichting
Eiser verbleef vanaf oktober 2001 in strafrechtelijke detentie en werd op 30 maart 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde dat de Staatssecretaris niet aan zijn inspanningsverplichting had voldaan om te voorkomen dat hij na detentie in bewaring zou worden gesteld, en dat hij niet uitzetbaar was.
De Staatssecretaris voerde aan dat weliswaar de inspanningsverplichting pas twee maanden voor afloop van de strafrechtelijke detentie was gestart, maar dat dit gezien de complexiteit van de identiteitsonderzoeken begrijpelijk was. Tevens werd gesteld dat eiser zelf geen medewerking had verleend aan zijn uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat de inspanningsverplichting inderdaad te laat was aangevangen, maar dat de bewaring niet onrechtmatig was omdat de belangen van de openbare orde en nationale veiligheid zwaarder wegen dan de tekortkoming. Eiser is ongewenst verklaard, veroordeeld voor ernstige misdrijven, en heeft geen identiteitspapieren of vaste verblijfplaats.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank gaf de Staatssecretaris de gelegenheid het onderzoek naar identiteit en nationaliteit bij de Libanese autoriteiten af te wachten, mede gezien de recente presentatie van eiser bij deze autoriteiten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard; de bewaring is rechtmatig ondanks het te laat starten van de inspanningsverplichting.