ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4339
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Noord-Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 12 januari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gehouden op 18 april 2007, waarbij eiser zich liet vertegenwoordigen.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft bevestigd dat eiser verwijderbaar is, maar op dat moment vonden er nog geen vluchten naar Noord-Irak plaats. Een ambtelijke delegatie van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) heeft overleg gevoerd met de Noord-Iraakse grensautoriteiten, die binnen drie weken uitsluitsel zouden geven over het hervatten van gedwongen verwijderingen. De rechtbank constateert dat de uitzettingen nog opgeschort zijn, maar dat dit slechts uitstel is en het zicht op uitzetting reëel blijft.
De rechtbank overweegt dat eiser zijn terugkeer kan bespoedigen door vrijwillige medewerking, waarbij een EU-document kan worden verstrekt. Gelet op de verstreken termijn van 3,5 maand sinds aanvang van de bewaring, ziet de rechtbank geen reden om te oordelen dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De voortzetting van de bewaring is daarom niet in strijd met de Vreemdelingenwet 2000 en blijft gerechtvaardigd.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.