ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4369
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekster heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier, waarvan de eerdere aanvragen voor gezinshereniging bij haar ouders zijn afgewezen. De huidige aanvraag, gedaan onder de beperking 'beschikking conform minister', werd eveneens afgewezen omdat verzoekster niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank oordeelt dat het geschil omtrent de toepassing van het mvv-vereiste en het beroep op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro materieel hetzelfde is als bij eerdere aanvragen. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die een heroverweging rechtvaardigen. Daarom mag de rechtbank zich niet opnieuw over deze inhoudelijke kwesties uitspreken vanwege het ne bis in idem-beginsel.
Hoewel de huidige aanvraag geen herhaalde aanvraag is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, wordt het toetsingskader wel bepaald door het mvv-vereiste. Omdat verzoekster geen geldige mvv heeft en geen nieuwe feiten heeft aangevoerd, verklaart de voorzieningenrechter het bezwaar ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.