ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in vreemdelingenzaak
Verzoekers, beiden van Chinese afkomst, hadden een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die was afgewezen. Tegen deze besluiten was bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld. Verzoekers verzochten op 22 december 2006 een voorlopige voorziening om de uitzetting op te schorten zolang het beroep loopt.
Verweerder had op 20 maart 2007 schriftelijk bevestigd dat verzoekers voldeden aan criteria van een nog te bepalen regularisatieregeling en dat zij niet zouden worden verwijderd zolang nadere besluitvorming uitblijft. Tijdens de zitting werd bevestigd dat deze toezegging voor beide verzoekers geldt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat vanwege deze toezegging geen spoedeisend belang bestond voor de gevraagde voorlopige voorziening. Verzoekers hadden ook geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd die een spoedeisend belang konden onderbouwen. Het risico op staandehouding wegens illegaal verblijf werd niet als voldoende spoedeisend belang gezien.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de kosten van het verzoek en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als de rechtspersoon die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.