ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4383
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens onduidelijkheid grondslag en aanvang
Eiser was gedetineerd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, maar de procedure en datum van oplegging van deze maatregel waren onduidelijk. Een eerdere maatregel op grond van artikel 59 was Pro opgeheven vanwege uitzetting, maar uit diverse stukken bleek dat eiser vanaf 12 september 2006 gedetineerd was zonder duidelijke rechtsgrond.
De rechtbank constateerde dat verweerder niet de weigering tot toegang tot Nederland had overgelegd die de maatregel zou moeten onderbouwen. Ook was onduidelijk of de beschikking van 16 februari 2007 een eerste of volgende plaatsaanwijzing betrof. Hierdoor kon de rechtmatigheid van de maatregel niet worden getoetst.
Verweerder wilde de zaak niet aanhouden om aanvullende stukken te verzamelen. De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel daarom in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep gegrond. De maatregel werd per direct opgeheven en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per 7 maart 2007.