ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4418
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.J.M. Baldinger
- C.P.E. Meewisse
- L. van Es
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling en inmenging gezinsleven volgens artikel 8 EVRM
Eiser, van etnische Albanese afkomst uit Kosovo, werd ongewenst verklaard en zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen vanwege meerdere strafrechtelijke veroordelingen in Nederland en Duitsland. De rechtbank heeft een deskundigenrapport van de Raad voor de Kinderbescherming betrokken bij de beoordeling van de gevolgen van eisers vertrek voor zijn gezin.
De rechtbank oordeelt dat de rechtbank bevoegd was dit deskundigenonderzoek in te schakelen en dat het rapport relevant is voor de belangenafweging. Volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vormt de ongewenstverklaring een inmenging in het recht op gezinsleven, maar deze inmenging is gerechtvaardigd en noodzakelijk in een democratische samenleving.
De belangenafweging houdt rekening met de aard en frequentie van de strafbare feiten, de gezinssituatie, en de mogelijkheid voor het gezin om zich in Kosovo te vestigen. Het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming bevestigt dat vertrek met het hele gezin mogelijk is, hoewel vertrek van eiser alleen negatieve gevolgen zou hebben.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk, en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 24 april 2007.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.