ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4432
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. van Es - de Vries
- E.H.M. Druijf
- A.F.C.J. Mosheuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens Nepal als land van eerder verblijf onder normale omstandigheden
Eiser, een Bhutaanse vluchteling die sinds 1992 in een vluchtelingenkamp in Nepal verbleef, verzocht om asiel in Nederland. Hij stelde dat zijn verblijf in Nepal onder abnormale omstandigheden plaatsvond vanwege beperkingen in het kamp en bedreigingen door een gewapende verzetsbeweging.
De rechtbank overwoog dat het verblijf in het vluchtelingenkamp niet per definitie als abnormaal kan worden gezien, mede omdat voorzieningen in het kamp beter waren dan die voor de gemiddelde Nepalees en de UNHCR de hulp had omgezet in duurzame ondersteuning. Hoewel eiser het kamp illegaal verliet en bedreigingen ontving, was hij in staat te werken en terug te keren naar het kamp zonder ernstige problemen.
Verweerder stelde dat Nepal als land van eerder verblijf geldt en dat eiser daar voldoende bescherming genoot. De rechtbank vond dat verweerder zich op redelijke gronden op dit standpunt kon stellen, mede omdat eiser geen aangifte had gedaan van bedreigingen en zijn persoonlijke omstandigheden niet leidden tot een andere conclusie.
Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat zijn situatie wezenlijk verschilde van anderen die wel een verblijfsvergunning kregen. Ook het ontbreken van een geldig reisdocument en de stelling dat Nepal geen verblijfsvergunning verleende, konden niet tot een ander oordeel leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder i, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat Nepal als land van eerder verblijf geldt waar eiser onder normale omstandigheden verbleef.