ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4730
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vordering opheffing EBI-regime in kort geding
Eiser, een verdachte in een complexe strafzaak, is sinds juni 2006 geplaatst in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te Vught. Na een hartoperatie in het LUMC is hij overgebracht naar het Penitentiair Ziekenhuis (PZ) te Scheveningen, waar het EBI-regime op hem wordt toegepast. Eiser vordert in kort geding primair de (partiële) opheffing van het EBI-regime zolang medisch noodzakelijk, subsidiair opheffing van het handboeienregime en versoepeling van bezoekregelingen, en meer subsidiair terugplaatsing naar de EBI in Vught.
De voorzieningenrechter overweegt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de rechtsgang die de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) biedt onvoldoende waarborgen bevat of niet met gepaste voortvarendheid kan verlopen. De Pbw biedt een klachtenprocedure bij de beklagcommissie en een beroepsmogelijkheid bij een onafhankelijke beroepscommissie, benoemd door de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). Eiser heeft van deze mogelijkheden gebruik gemaakt, en er is geen reden te veronderstellen dat de procedure niet adequaat verloopt.
Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd en benadrukt dat het EBI-regime is afgestemd op de medische omstandigheden van eiser, mede op advies van twee hoogleraren van het LUMC die de revalidatie begeleiden. De voorzieningenrechter verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn vorderingen en veroordeelt hem in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot opheffing van het EBI-regime en veroordeeld in de proceskosten.