ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4734
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing echtscheiding en eenhoofdig gezag op grond van Turks huwelijksvermogensrecht
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 9 mei 2007 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen twee Turkse echtgenoten die in Nederland wonen. De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend, waarbij zij tevens eenhoofdig gezag over de minderjarige en het huurrecht van de echtelijke woning aan zich wilde toekennen. De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat de vrouw rechtsgeldig voor Nederlands recht heeft gekozen.
De rechtbank constateerde dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen niet werd betwist. Het eenhoofdig gezag werd aan de vrouw toegekend vanwege de verwaarlozing door de man en het gebruik van geweld, waarvan het kind getuige was. De vrouw kreeg het huurrecht van de echtelijke woning toegewezen.
Met betrekking tot het huwelijksvermogen paste de rechtbank het Turkse huwelijksvermogensrecht toe, aangezien partijen geen keuze hadden gemaakt en Turkije hun gemeenschappelijke nationaliteit is. Het oude Turkse recht kende tot 1 januari 2002 volledige scheiding van goederen, waarna het nieuwe stelsel van deelgenootschap in vermogensopbouw geldt. De rechtbank oordeelde dat er geen huwelijksgoederengemeenschap bestond die voor verdeling vatbaar was en wees het verzoek tot verdeling af. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding en eenhoofdig gezag toe en wijst het verzoek tot verdeling van het huwelijksvermogen af.