ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4867
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzettingsprocedure
Eiser is op 24 november 2006 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere afwijzing van zijn beroep tegen deze maatregel, heeft eiser beroep ingesteld tegen de voortzetting van de bewaring en vordert opheffing en schadevergoeding. Verweerder verstrekte voortgangsgegevens over de uitzettingsvoorbereidingen, maar er ontstond twijfel over de juistheid en volledigheid van deze informatie, mede door tegenstrijdige verklaringen over rappellen bij de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank constateerde dat verweerder niet tijdig en volledig heeft geïnformeerd en dat de verstrekte gegevens niet konden worden bevestigd door betrokken functionarissen. Ondanks heropening van het onderzoek en aanvullende vragen, bleef de informatie ontoereikend en niet ondertekend, waardoor de twijfel over de voortvarendheid van verweerder niet kon worden weggenomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig en onredelijk was. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring per 23 april 2007 opgeheven, en werd verweerder veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank heft de bewaring op wegens onvoldoende voortvarendheid van verweerder en kent schadevergoeding toe.