ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4896
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser, van Palestijnse afkomst en verblijvend in een detentiecentrum, werd op 18 april 2007 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij voerde aan dat hij ten tijde van de staandehouding als vrijwilliger werkte in een café waar een door de stichting Stil georganiseerd project plaatsvond, dat door de gemeente werd gesubsidieerd en waarvan hij meende dat het door het bevoegd gezag werd gedoogd. Eiser stelde dat hij zich daardoor veilig mocht wanen en dat de staandehouding onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het project bekend was bij lokale autoriteiten en subsidie ontving, er geen aanwijzingen waren dat de staatssecretaris van Justitie betrokken was bij of afzag van haar bevoegdheden op grond van de Vreemdelingenwet. De staandehouding vond plaats op basis van een redelijk vermoeden van illegaliteit tijdens een controle in het kader van de Wet Arbeid Vreemdelingen (Wav). De rechtbank stelde vast dat zij niet bevoegd is om de rechtmatigheid van de Wav-controle te toetsen.
Verder overwoog de rechtbank dat de inzet van een lichter middel dan bewaring niet verplicht was, mede gelet op het ontbreken van identiteitspapieren, vaste verblijfplaats, het niet naleven van vertrektermijn en het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken. Ook was de voortvarendheid van de uitzettingsprocedure voldoende. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.