ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5086
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na mislukte uitzetting naar Algerije
Eiser zat sinds 6 juli 2005 in vreemdelingenbewaring, gevolgd door strafrechtelijke detentie tot zijn uitzetting naar Algerije op 3 november 2006. Daar werd hij bijna zes maanden vastgehouden en teruggestuurd naar Nederland, waarna hij opnieuw in vreemdelingenbewaring werd genomen.
De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring niet alleen de huidige situatie, maar ook de voorgeschiedenis, inclusief de detentie in Algerije, moet worden meegewogen. Hoewel de uitzetting naar Algerije niet is geslaagd, rechtvaardigt dit niet het niet opleggen van de bewaring. De terugkeer van eiser vormt een nieuw feit dat een redelijke termijn van veertien dagen rechtvaardigt voor verweerder om vervolgstappen te bepalen.
Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat eiser zich aan zijn uitzetting zal onttrekken, mede vanwege zijn eerdere gedragingen en het ontbreken van een rechtmatig verblijf. De rechtbank acht de belangen van de openbare orde en nationale veiligheid zwaarder dan het belang van eiser, maar benadrukt dat verweerder bij een eventueel volgend beroep een volledig dossier moet overleggen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De rechtbank concludeert dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd is met de wet en in redelijkheid gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.