ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5445
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting recreatie-inrichting wegens niet tijdig volledige vergunningaanvraag
Verzoeker exploiteerde een recreatie-inrichting waarvoor de vorige ondernemer een vergunning had. Na beëindiging van de exploitatie door de vorige ondernemer op 21 november 2006 moest verzoeker binnen dertien weken een volledige aanvraag voor een nieuwe exploitatievergunning indienen. Verzoeker diende echter pas op 21 februari 2007 een volledige aanvraag in, wat buiten de termijn viel.
De burgemeester van Den Haag besloot daarop tot sluiting van de recreatie-inrichting per 11 april 2007, omdat de exploitatie zonder geldige vergunning plaatsvond. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit. Verzoeker stelde dat hij tijdig een aanvraag had ingediend en dat eventuele termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn van dertien weken strikt moet worden gehanteerd en dat de aanvraag van 21 februari 2007 te laat was. Verzoeker was voldoende geïnformeerd over de vereisten en mogelijkheden tot aanvulling van de aanvraag. Er was geen sprake van toezeggingen die het vertrouwensbeginsel konden rechtvaardigen. De vergunning van de vorige ondernemer was derhalve van rechtswege vervallen en de burgemeester was bevoegd tot sluiting.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens was er geen uitzicht op legalisatie, aangezien de burgemeester later de gevraagde vergunning op grond van de Drank- en Horecawet weigerde vanwege strafrechtelijke antecedenten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de recreatie-inrichting wordt afgewezen.