ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5927
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten en onvoldoende nationaliteitsbewijs
Eisers, waaronder eiseres sub 1 en haar dochter eiseres sub 2, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van asiel. Eiseres sub 1 heeft deze aanvraag voor de derde keer ingediend en betoogt dat er sprake is van nieuw recht, waardoor artikel 4 van Pro de Definitierichtlijn van toepassing zou zijn en de samenwerkingsplicht een nieuw onderzoek zou vereisen.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die een heroverweging rechtvaardigen, zoals vereist onder artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De eerdere afwijzingen zijn onherroepelijk en eiseres sub 1 heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die tot een ander oordeel zouden leiden. De samenwerkingsplicht uit de Definitierichtlijn leidt niet tot een verdergaande onderzoeksplicht dan het nationale recht voorschrijft.
De aanvraag van eiseres sub 2 wordt eveneens afgewezen omdat haar nationaliteit en daarmee de geloofwaardigheid van haar vrees voor vrouwenbesnijdenis volledig afhankelijk zijn van die van eiseres sub 1, waarvan de nationaliteit niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank stelt vast dat er geen noodzaak was voor nader onderzoek naar de nationaliteit van eiseres sub 1 in de procedure van eiseres sub 2.
De overige beroepsgronden, waaronder een beroep op artikel 8 EVRM Pro en het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, worden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvragen voor een verblijfsvergunning worden afgewezen.