ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5949
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting Ethiopië
Eiser is op 9 februari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat het zicht op uitzetting ontbrak omdat het Ethiopische consulaat was verhuisd en geen persoonlijke presentaties meer hield, waardoor geen laissez passer zou worden verstrekt. Verweerder stelde dat eiser op 18 april 2007 persoonlijk was gepresenteerd bij de Ethiopische autoriteiten en dat de lp-aanvraag in behandeling was genomen.
De rechtbank overwoog dat het zicht op uitzetting bestaat nu de persoonlijke presentaties bij de Ethiopische autoriteiten zijn hervat. Het ontbreken van bewijs van deze presentatie door verweerder werd niet als bezwaar gezien omdat eiser dit niet gemotiveerd betwistte. De belangen van verweerder bij voortduring van de maatregel prevaleren gezien de korte duur van de bewaring en het feit dat eiser ongewenst is verklaard en aliassen gebruikt.
De rechtbank concludeerde dat de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd is met de wet en in redelijkheid gerechtvaardigd is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.