ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5955
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P. Smit
- P.H.M. Kuster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van asiel en humanitaire redenen voor Iraakse vreemdeling
Eiser, een Iraakse sji’iet, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van asiel en humanitaire redenen. Hij stelde dat hij vanwege ontvoering, mishandeling en dreigementen door gewapende groepen in Irak niet veilig kon terugkeren.
De Minister wees de aanvraag af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank onderzocht het relaas van eiser, de algemene situatie in Irak en het beleid van de Nederlandse overheid. De rechtbank stelde vast dat het verband tussen de ontvoering en dreigementen onvoldoende aannemelijk was en dat de dreigementen niet tot daadwerkelijke vervolging hadden geleid.
Ook werd geoordeeld dat eiser geen reëel risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Het beroep op humanitaire gronden en het beleid van categoriale bescherming werd verworpen, mede vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van een eenduidig EU-beleid.
Ten slotte werd het beroep op de Europese Richtlijn 2004/83/EG afgewezen omdat de implementatietermijn nog niet was verstreken en geen directe werking kon worden aangenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af.
Uitkomst: Het beroep van de Iraakse vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.