ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6044
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in zaak KPNQwest aandeelhouders
Verzoekers, bestaande uit een gedupeerde aandeelhouder en de Stichting VEB-Actie KPNQwest, verzochten de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen om helderheid te krijgen over de ondergang van KPNQwest en de rol van haar bestuurders en grootaandeelhouders KPN en Qwest.
Zij stelden dat er sprake was van onrechtmatig handelen, waaronder het verstrekken van misleidende informatie, onjuiste verslaggeving en het schenden van zorgplichten. Verweersters voerden onder meer aan dat een enquête-onderzoek door de Ondernemingskamer al was bevolen en dat verzoekers misbruik maakten van hun recht.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers onvoldoende concreet hadden gesteld welke specifieke zorgvuldigheidsnorm was geschonden en dat de voorgenomen bodemprocedure weinig kans van slagen had gezien de jurisprudentie, met name het arrest Poot/ABP. Ook woog mee dat het verzoek een te grote belasting zou vormen voor getuigen, partijen en de rechtbank.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en veroordeelde verzoekers tot betaling van proceskosten aan KPN, terwijl de kosten tussen verzoekers en Qwest werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende concreet belang en te algemene stellingen.