ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6103
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verblijfsvergunning afgewezen wegens mvv-vereiste zonder voldoende motivering hardheidsclausule
Verzoekster, een Congolese vrouw die sinds 1999 in Nederland verblijft en in een kwetsbare positie verkeert, diende in 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning wegens klemmende humanitaire redenen. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het mvv-vereiste niet tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. Verweerder had niet in samenhang gekeken naar de bijzondere individuele omstandigheden, zoals het minderjarig zijn ten tijde van de aanvraag, langdurige begeleiding door jeugdzorg, financiële steun van Stichting Nidos en zorg voor twee jonge kinderen.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster geen directe familie meer heeft in Congo en dat terugkeer tot een schrijnende situatie zou leiden. De procedure loopt sinds 2000 en er zijn meerdere eerdere uitspraken geweest waarbij voorlopige voorzieningen werden toegewezen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij de bijzondere omstandigheden van verzoekster in acht worden genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde beoordeling.