ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6127
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering positie dochters Afghaanse asielzoekers
Eiseressen, Afghaanse vrouwen en hun minderjarige dochters, vroegen een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aan. Na beëindiging van het categoriale beschermingsbeleid voor Afghaanse asielzoekers wees verweerder hun aanvragen af. De rechtbank toetste het besluit en stelde vast dat verweerder terecht oordeelde dat eiseressen niet aannemelijk maakten dat zij ten tijde van hun aanvraag gegronde vrees voor vervolging hadden.
Echter, de rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de verslechterde positie van vrouwen in Afghanistan en vooral met de situatie van de dochters die lange tijd in Nederland verbleven en een westerse levensstijl hadden aangenomen. Dit leidde tot een ondeugdelijke motivering van het besluit.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op binnen veertien weken opnieuw te beslissen, waarbij de meest recente ambtsberichten en de positie van de dochters zorgvuldig moeten worden betrokken. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens onvoldoende motivering van de positie van de dochters en draagt verweerder op opnieuw te beslissen.