ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6128
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geringe indicatie vervolging
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en hindoe, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af met het standpunt dat niet was gebleken van een geringe indicatie voor gegronde vrees voor vervolging zoals bedoeld in het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) 2004/60.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom, uitgaande van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, geen geringe indicatie aanwezig was. Verweerder had weliswaar verwezen naar plundering van eigendommen en mishandeling, maar had geen rekening gehouden met de angst van eiser om zijn huis te verlaten en de verklaringen over de situatie van hindoes in Afghanistan.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de feiten en omstandigheden niet in onderlinge samenhang had beoordeeld en daarom het motiveringsbeginsel had geschonden. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.