ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6282
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen van verblijfsvergunningsaanvragen wegens niet betaling leges
Verzoeksters, allen van Dominicaanse nationaliteit, dienden aanvragen in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvragen werden door verweerder afgewezen wegens het niet betalen van de verschuldigde leges. Verzoeksters maakten bezwaar en stelden beroep in, waarbij zij tevens voorlopige voorzieningen vroegen om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de minister verplicht is een aanvraag buiten behandeling te stellen indien de leges niet worden voldaan. Deze bevoegdheid wordt niet beperkt door de termijn van vier weken genoemd in artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeksters hadden de leges niet betaald, ook niet in de bezwaarfase.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvragen buiten behandeling heeft gesteld en verklaarde de beroepen ongegrond. Tevens wees zij de verzoeken om voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af wegens niet betaling van de leges.