ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6926
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.K. Nihot
- A.P. Hameete
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens betrokkenheid bij misdrijven volgens artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser heeft verklaard sinds 1986 werkzaam te zijn geweest voor een weeshuis in Kabul dat onder de KhAD viel, waar hij politieke lessen gaf aan kinderen die werden opgeleid voor guerrilla-oorlogvoering en geheime activiteiten. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen op grond van ernstige redenen om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, waaronder het faciliteren van oorlogsmisdaden en het opleiden van kinderen onder de vijftien jaar voor strijd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser 'personal and knowing participation' heeft gehad bij deze misdrijven, gelet op de verklaringen van eiser en de aangehaalde bronnen. De stelling van eiser dat hij slechts leraar was en niet op de hoogte was van het misdadige karakter van het weeshuis wordt niet geloofd. Ook is geen sprake van een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan.
Eiseres heeft eveneens geen zelfstandige gronden voor verlening van een verblijfsvergunning aangevoerd. Haar beroep op traumabeleid en humanitaire redenen wordt door verweerder en de rechtbank verworpen. De schrijnende omstandigheden en lange verblijfsduur in Nederland kunnen niet meewegen bij de beoordeling van de asielaanvraag.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de aanvragen tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens betrokkenheid van eiser bij misdrijven volgens artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.