ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7461
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling door schending recht op rechtsbijstand bij gehoor
Eisers, beiden van Oekraïense nationaliteit, werden op 22 mei 2007 in bewaring gesteld door de Vreemdelingendienst. Zij stelden beroep in tegen deze maatregel wegens het niet tijdig aanwezig zijn van hun advocaat tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling, wat volgens hen hun recht op rechtsbijstand schond.
De rechtbank stelde vast dat de advocaat van eisers onderweg was en de Vreemdelingendienst hiervan op de hoogte was, maar dat het gehoor werd voortgezet ondanks onduidelijkheid over de rol van de advocaat en het feit dat de advocaat nog niet aanwezig was. De verbalisant gaf onjuiste informatie over de rol van de advocaat bij het gehoor, waardoor eisers niet vrijelijk konden kiezen af te zien van rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat de Vreemdelingendienst onvoldoende inspanningen had verricht om rechtsbijstand mogelijk te maken en dat de schending van artikel 5.2, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 de inbewaringstelling onrechtmatig maakte. De bewaring werd opgeheven en eisers kregen een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige detentieperiode.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe aan eisers.