ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7677
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.A.C. Prins
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig nemen van besluit over verblijfsvergunning na rechterlijk bevel
Eiser had beroep ingesteld tegen het ambtshalve besluit van verweerder om hem niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking dat hij buiten schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Dit besluit was eerder vernietigd door de voorzieningenrechter met het bevel aan verweerder een nieuw besluit te nemen.
Eiser stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van dat nieuwe besluit. De rechtbank overwoog dat hoewel artikel 6:2 Awb Pro normaal niet van toepassing is op het uitblijven van een ambtshalve beslissing op grond van artikel 14 Vw Pro 2000, dit anders is indien een rechterlijk bevel is gegeven. Verweerder moet dan binnen een redelijke termijn voldoen aan dat bevel.
De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn was verstreken op het moment van het beroep en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de eerdere uitspraak. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig nemen van een besluit en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.