ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7999
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering wijziging verblijfsvergunning wegens strijd met artikel 8 EVRM
Eiser verzocht om wijziging van zijn verblijfsvergunning van verblijf bij echtgenote naar verblijf bij zijn minderjarige zoon. Verweerder wees dit af met het oog op het economisch belang van Nederland en het ontbreken van een definitieve omgangsregeling.
De rechtbank constateert dat het onthouden van de wijziging een inmenging vormt in het gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De procedure tot vaststelling van de omgangsregeling tussen eiser en zijn zoon is nog niet afgerond, en het uitblijven daarvan is niet aan eiser te wijten. Bovendien heeft de zoon een ontwikkelingsstoornis en belang bij contact met zijn vader.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met deze omstandigheden en dat de belangenafweging niet zorgvuldig is gemaakt. De bestreden beschikking is daarom vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens is verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning en draagt verweerder op opnieuw te beslissen.