ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8003
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.M. Druijf
- J.R. van Es - de Vries
- A.F.C.J. Mosheuvel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning en ongewenstverklaring
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, diende in 1999 een asielaanvraag in die in 2002 werd afgewezen. Na diverse procedures, waaronder een gegrond verklaard beroep in 2005 en een ongegrond verklaard hoger beroep, nam de Minister in 2006 een nieuw besluit waarin de asielaanvraag wederom werd afgewezen en eiser ongewenst werd verklaard. Eiser maakte bezwaar tegen de ongewenstverklaring en stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een vreemdeling die ongewenst is verklaard geen rechtmatig verblijf kan hebben zolang de ongewenstverklaring voortduurt. Omdat de ongewenstverklaring van eiser voortduurde, had hij geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat de door eiser aangevoerde schendingen van artikel 3 en Pro 8 EVRM en het Kinderrechtenverdrag in de procedure inzake de ongewenstverklaring kunnen worden ingebracht en beoordeeld. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen aanleiding gezien tot het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning en de ongewenstverklaring is niet-ontvankelijk verklaard.