ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8632
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek strafrechtelijke vervolging
Eisers, beiden van Turkse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij waren in Turkije strafrechtelijk vervolgd wegens vermeende betrokkenheid bij een verboden politieke organisatie, maar waren voorwaardelijk vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat hun strafzaak nog aanhangig was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet nader onderzoek te verrichten naar de voortzetting van de strafrechtelijke vervolging, terwijl eisers wel verklaringen van hun advocaten en processen-verbaal overlegd hadden waaruit bleek dat de zaak nog liep. Verweerder had ook niet duidelijk gemaakt welke stukken uit het strafdossier nodig zouden zijn om dit te bewijzen.
Ten aanzien van het traumabeleid en het causale verband tussen mishandeling en vertrek naar Nederland oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht had geoordeeld dat dit onvoldoende aannemelijk was gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzingsbesluiten en beveelt de staatssecretaris tot nieuw onderzoek en besluitvorming binnen zes weken.