ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8812
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, een Koerdische asielzoeker met lidmaatschap van de PKK, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af, stellende dat het asielrelaas niet de vereiste positieve overtuigingskracht bezat, mede vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de vrees voor vervolging door Turkse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de motivering onvoldoende heeft onderbouwd. De beleidsregel omtrent positieve overtuigingskracht betreft de feiten in het asielrelaas, niet de vermoedens die daaruit voortvloeien over de behandeling bij terugkeer. Verweerder heeft nagelaten aannemelijk te maken dat eiser niet geloofwaardig heeft gemaakt dat hij vanwege zijn PKK-lidmaatschap vervolging of een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling te vrezen heeft.
De rechtbank acht het asielrelaas als geheel geloofwaardig en wijst op de verklaring van de Muhtar van het dorp van eiser, die bevestigt dat de veiligheidsdiensten hem zoeken. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden proceskosten toegekend aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.