ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8821
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling ongegrond verklaard
De vreemdeling, met de Nigeriaanse nationaliteit, maakte beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op een ernstig vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken, onder meer omdat hij geen geldig identiteitsbewijs had en zich niet aan de vertrektermijn had gehouden.
De rechtbank overwoog dat er een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, mede gebaseerd op politieonderzoeken naar fraude en aanwijzingen dat illegale vreemdelingen bijeenkwamen in een café te Amsterdam. De staandehouding van de vreemdeling was daardoor niet onrechtmatig. Tevens was er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede door geplande acties om identiteitspapieren te verkrijgen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel op 2 juli 2007 in het openbaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.