ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9127
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening voor vakantieverlof buiten schoolvakantie wegens beroep ouders
Verzoekster vroeg de basisschool om haar zoon tien dagen verlof te verlenen voorafgaand aan de zomervakantie vanwege de aard van haar en haar echtgenoots beroep. De school wees dit verzoek af op grond van een beleidsregel dat extra verlof alleen wordt verleend bij bijzondere, niet jaarlijks terugkerende omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de school het verzoek onjuist heeft getoetst aan artikel 11 onder Pro g en artikel 14 van Pro de Leerplichtwet, terwijl artikel 11 onder Pro f en artikel 13a van toepassing zijn bij verlof wegens het beroep van ouders. De afwijzing ontbeerde een juiste wettelijke grondslag en was ondeugdelijk gemotiveerd.
Verzoekster toonde aan dat zij een horecagelegenheid runt met slechts één vervanger die vanaf 25 juli met vakantie gaat, waardoor zij en haar echtgenoot geen vakantie in de reguliere schoolvakantie kunnen opnemen. De voorzieningenrechter vond dit voldoende reden om aan te nemen dat het bestreden besluit na heroverweging niet in stand zal blijven.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, het besluit van 16 februari 2007 geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en werd verzoekster behandeld alsof het verlof was verleend. Tevens werd het griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit van de basisschool om verlof te weigeren wordt geschorst.