ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9207
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens trage besluitvorming bij aanvraag verblijfsvergunning studie
Eiser, een Israëlische student, diende in 2001 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en in 2003 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking studie aan de Universiteit Delft. Door de trage besluitvorming ontving eiser zijn mvv pas in 2002, waardoor hij pas in 2003 kon beginnen met studeren. In de tussentijd waren het collegegeld verhoogd en taalcursussen niet langer gratis, wat extra kosten veroorzaakte.
Eiser vorderde schadevergoeding voor deze extra studiekosten, gederfde inkomsten en betaalde leges. Verweerder erkende de onrechtmatige trage besluitvorming maar stelde dat niet aan het relativiteitsvereiste was voldaan voor de gederfde inkomsten en leges. De rechtbank oordeelde dat het relativiteitsvereiste wel was voldaan voor de studiekosten, omdat de geschonden norm strekte tot bescherming van het studieverblijf, maar niet voor de gederfde inkomsten en leges.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder de hoorplicht had geschonden door eiser niet te horen bij de bezwaarprocedure. De rechtbank vernietigde het besluit van 19 februari 2007, veroordeelde verweerder tot vergoeding van de studiekosten en proceskosten, en beval een nieuw besluit binnen zes weken.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming bij verblijfsaanvragen en de bescherming van studiekosten als gevolg van vertragingen door de overheid.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van studiekosten en proceskosten.