ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9217
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Toegang tot Nederland geweigerd wegens onvoldoende bewijs verblijfdoel en middelen
Verzoekster, een onderdaan van Ghana, werd op 1 juli 2007 bij de grenscontrole op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd omdat zij niet voldeed aan de toegangsvoorwaarden van de Schengengrenscode (SGC). Zij beschikte niet over passende documentatie om het doel en de omstandigheden van haar verblijf aan te tonen, en had slechts €30 bij zich, wat onvoldoende werd geacht om zichzelf gedurende twee maanden te onderhouden.
Tijdens de controle ontstond twijfel over de betrouwbaarheid van de garantsteller en de verblijfsadressen, mede doordat de garantsteller niet wist wie precies bij hem op bezoek zou komen en er onduidelijkheden waren over de personen die verzoekster zouden ophalen. Ondanks dat verzoekster in het bezit was van een visum afgegeven door de Nederlandse ambassade in Accra, oordeelde de rechtbank dat de grenscontrole door de Koninklijke Marechaussee (Kmar) rechtmatig was en niet in strijd met het verbod op détournement de pouvoir.
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de weigering en een voorlopige voorziening gevraagd, maar de rechtbank wees dit af omdat het administratief beroep geen redelijke kans van slagen had. De rechtbank benadrukte dat verschillende bestuursorganen eigen wettelijke bevoegdheden hebben en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden door de weigering van toegang.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de ambtenaren van de Kmar terecht hadden vastgesteld dat verzoekster niet voldeed aan de toegangsvoorwaarden en dat de weigering van toegang terecht was. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de weigering van toegang tot Nederland werd afgewezen.