ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9353
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke uitzetting naar Suriname niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster, van Surinaamse nationaliteit, verblijft sinds 26 juni 2007 in vreemdelingenbewaring. Op 6 juli 2007 verzocht haar gemachtigde om een voorlopige voorziening om de geplande uitzetting op 10 juli 2007 te voorkomen en de behandeling van het beroep tegen de vreemdelingenbewaring af te wachten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de feitelijke uitzetting als een beschikking wordt aangemerkt waartegen rechtsmiddelen openstaan. Echter, een verzoek om voorlopige voorziening kan alleen worden gedaan als tegelijkertijd bezwaar of beroep tegen hetzelfde besluit is ingesteld. In dit geval is niet gebleken dat verzoekster bezwaar heeft gemaakt tegen de feitelijke uitzetting.
De gemachtigde stelde dat het verzoek connex was aan het beroep tegen de vreemdelingenbewaring, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat de feitelijke uitzetting zelfstandig bestreden kan worden en het beroep tegen de bewaring hier niet op ziet. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt gewezen op jurisprudentie dat voortzetting van bewaring niet mogelijk is als uitzetting kan worden uitgevoerd, ook niet voor het horen van de vreemdeling. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de feitelijke uitzetting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit.