ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9394
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting strafrechtelijke gevolgen ongewenstverklaring asielzoeker
Verzoeker, een asielzoeker van Algerijnse nationaliteit, is ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, mede vanwege de toepassing van artikel 1 F van het Vluchtelingenverdrag. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om opschorting van de strafrechtelijke rechtsgevolgen verbonden aan de ongewenstverklaring, omdat uitzetting niet mogelijk is vanwege het verbod op uitzetting volgens artikel 3 EVRM Pro en het feit dat Nederland heeft ingestemd met zijn terugname op grond van de Dublin Verordening.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij opschorting, omdat hij door de strafrechtelijke gevolgen zich niet vrij kan bewegen en vreest opgepakt te worden. Verweerder stelt dat de strafrechtelijke gevolgen noodzakelijk zijn om verzoeker tot vertrek te bewegen en als signaal naar andere Schengenlanden dienen. Echter, gezien de specifieke omstandigheden, waaronder het verbod op uitzetting en de lopende asielprocedure, weegt het belang van verzoeker zwaarder.
De voorzieningenrechter beoordeelt de rechtmatigheid van het primaire besluit niet inhoudelijk vanwege de complexiteit en lopende procedures. Wel wordt geoordeeld dat de strafrechtelijke rechtsgevolgen tijdelijk geschorst kunnen worden zonder afbreuk te doen aan het doel van de ongewenstverklaring. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en verzoeker krijgt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De strafrechtelijke rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring worden opgeschort tot vier weken na beslissing op bezwaar.