ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9397
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende middelen en vestigingsgevaar
Eiseres, een Eritrese vrouw gehuwd met een Nederlandse vluchteling, verzocht om een visum voor kort verblijf om bij haar echtgenoot te verblijven. De aanvraag werd geweigerd vanwege onvoldoende financiële middelen van de referent en het vermoeden dat het verblijf niet kort maar langdurig zou zijn, mede gelet op een lopende machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat eiseres wel procesbelang heeft bij het visum voor kort verblijf, ondanks de lopende mvv-aanvraag. De afwijzing is gebaseerd op drie gronden: het middelenvereiste, het doel van het verblijf en bezwaren vanuit de openbare orde. Het beroep richt zich echter alleen op het middelenvereiste en de toepassing van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelt dat een visum voor kort verblijf in principe niet de juiste weg is om gezinsleven te effectueren en dat de beoordeling van artikel 8 EVRM Pro in beginsel plaatsvindt bij de mvv-aanvraag. Slechts bij uitzonderlijke omstandigheden kan kort verblijf worden toegestaan in verband met gezinsleven, wat hier niet is gebleken.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum voor kort verblijf wordt ongegrond verklaard.