ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9405
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende verificatie premies
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf bij haar echtgenoot, die werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de vereiste premies en belastingen waren afgedragen door de werkgever van de referent. De rechtbank stelde vast dat het beleid voorschrijft dat bij twijfel de overheid zelf moet verifiëren of premies zijn afgedragen, hetgeen in deze zaak niet is gebeurd.
Verweerder stelde dat de aanvrager verantwoordelijk is voor het aanleveren van alle relevante stukken en dat hij geen verplichting had tot verificatie zolang niet was aangetoond dat stukken verschoonbaar niet konden worden overgelegd. De rechtbank oordeelde dat dit niet overeenkomt met het geldende beleid en dat het besluit ondeugdelijk gemotiveerd is.
Daarnaast werd geoordeeld dat verweerder ten onrechte afzag van de hoorplicht, aangezien het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Verweerder moet binnen tien weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.