ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9775
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- J.P.F. Slijpen
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 25 BRK op vennootschapsbelasting houdstermaatschappij
Eiseres, een vennootschap opgericht naar Nederlands recht en sinds 1999 gevestigd in Curaçao, houdt alle aandelen in een Nederlandse vennootschap en vormt met deze een fiscale eenheid. De kern van het geschil is of eiseres over haar in Nederland behaalde winst vennootschapsbelasting verschuldigd is en zo ja, tegen welk tarief.
Eiseres stelt primair dat zij geen vennootschapsbelasting verschuldigd is op grond van artikel 25 van Pro de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK), dat een extraterritoriale heffing van maximaal 4% toelaat voor houdstermaatschappijen. Subsidiair stelt zij dat het tarief van 4% moet gelden. Verweerder betwist dit en stelt dat eiseres geen houdstermaatschappij is en dat Nederland het heffingsrecht heeft over de winst tegen het reguliere tarief.
De rechtbank overweegt dat artikel 25 BRK Pro eng moet worden uitgelegd en alleen ziet op lichamen die vrijwel uitsluitend deelnemingen beheren. Omdat eiseres tevens een actieve moedermaatschappij is van een fiscale eenheid met een vaste inrichting in Nederland, kwalificeert zij niet als houdstermaatschappij in de zin van artikel 25 BRK Pro. Tevens beperkt artikel 25 BRK Pro niet de territoriale heffing van het land van oprichting.
De rechtbank concludeert dat artikel 25 BRK Pro niet van toepassing is op eiseres en dat zij vennootschapsbelasting is verschuldigd over het belastbare bedrag van € 375.908 tegen het reguliere tarief. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres is vennootschapsbelasting verschuldigd over € 375.908 tegen het reguliere tarief.