ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9906
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid politie tot vordering identiteitsbewijs zonder verdenking mishandeling
Eiser werd op 7 juni 2007 op het NS station Almere Centraal aangehouden vanwege een melding van mishandeling, maar op het moment dat hem werd gevraagd zich te legitimeren, was hij geen verdachte meer van mishandeling. Eiser weigerde zijn identiteitsbewijs te tonen en stelde dat zijn aanhouding en de daaropvolgende vrijheidsontneming onrechtmatig waren.
De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid van de politie om een identiteitsbewijs te vorderen niet afhankelijk is van het bestaan van een verdenking in de zin van artikel 27 Sv Pro. Op grond van de Wet op de identificatieplicht is iedereen verplicht op eerste vordering van een bevoegde ambtenaar een legitimatiebewijs te tonen, mits dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak.
Uit het proces-verbaal blijkt dat de politie op basis van een melding en signalementen eiser aansprak en dat het verzoek tot legitimatie binnen de grenzen van de politietaak viel. Omdat eiser een andere naam opgaf dan de politie had ontvangen en geen legitimatie kon tonen, ontstond een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van artikel 447e Sr. De rechtbank concludeert dat de aanhouding en vordering tot legitimatie niet onrechtmatig waren en wijst de vorderingen van eiser af.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.