ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9983
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde expositieruimte en afwijzing bezwaren eigenaar
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar expositieruimte, gelegen aan een adres in Den Haag. Verweerder had aanvankelijk de waarde vastgesteld op €117.000, maar deze ambtshalve verlaagd naar €104.000. De kern van het geschil betrof de vraag of de expositieruimte als zelfstandige onroerende zaak moest worden aangemerkt en of de waarde correct was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de expositieruimte, met een eigen afsluitbare toegang en geen verbinding met andere eigendommen, terecht als zelfstandige onroerende zaak werd aangemerkt. De waardebepaling was gebaseerd op een taxatieverslag waarbij de kapitalisatiemethode van bruto huurinkomsten werd toegepast, een methode die niet door eiseres werd bestreden. De vergelijkingsobjecten en de gehanteerde kapitalisatiefactor ondersteunden de vastgestelde waarde van €104.000.
Eiseres voerde onder meer aan dat de expositieruimte niet als zelfstandige zaak moest worden gezien en dat de waarde te hoog was. Ook stelde zij dat de heffing in strijd was met het EVRM en het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat wetswijzigingen niet aan de rechter kunnen worden getoetst en dat de waardebepaling en heffing geen ongestoord genot van eigendom aantasten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het eerdere besluit voor zover de waarde op €117.000 was vastgesteld, bevestigde de waarde van €104.000 en gelastte vergoeding van het griffierecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de expositieruimte wordt vastgesteld op €104.000 en het eerdere besluit tot €117.000 wordt vernietigd.