ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9991
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde verhuurde etages en toetsing zelfstandigheid onroerende zaken
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de waardering van drie verhuurde etages in Den Haag centraal, waarbij eiseres bezwaar maakte tegen de vastgestelde WOZ-waarden en de daarop gebaseerde aanslagen onroerende-zaakbelasting 2005.
De rechtbank beoordeelde of de etages als zelfstandige onroerende zaken konden worden aangemerkt volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ. Hierbij werd vastgesteld dat de etages beschikken over kookgelegenheid, wasgelegenheid en sanitaire voorzieningen, waardoor zij als zelfstandige eenheden gelden, ongeacht de kadastrale splitsing of woonvergunningen.
De rechtbank vond dat de waarden van de eerste twee etages voldoende waren onderbouwd met vergelijkingsobjecten en marktgegevens. Voor de derde etage was de onderbouwing onvoldoende, met name vanwege de mindere bruikbaarheid door de ligging onder de kap, waardoor de waarde werd verlaagd van €91.000 naar €85.000.
Verder verwierp de rechtbank de stellingen van eiseres over schending van het rechtszekerheidsbeginsel en het EVRM, en bevestigde zij de rechtmatigheid van de toegepaste waarderingsmethode op basis van systematische vergelijking. Het beroep werd gegrond verklaard voor de derde etage en ongegrond voor de andere twee.
Uitkomst: WOZ-waarden van twee etages bevestigd, waarde derde etage verlaagd naar €85.000.