ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0007
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd bij ontbreken geldige vergunning
Eiser parkeerde op 21 december 2006 zijn voertuig op een locatie in Den Haag waar betaald parkeren geldt. Tijdens controle bleek geen geldige parkeervergunning of parkeerkaart zichtbaar in het voertuig aanwezig te zijn. Eiser voerde aan dat hij schriftelijke toestemming had van de supermarkt voor het gebruik van de parkeerplaats en overhandigde een parkeervergunning met ingangsdatum 1 oktober 2006.
Verweerder stelde dat de vergunning niet zichtbaar was aangebracht en dat de vergunning op dezelfde dag als de naheffingsaanslag was afgegeven, waardoor eiser zonder geldige vergunning parkeerde. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn voertuig daadwerkelijk had geparkeerd en dat privaatrechtelijke toestemming van de supermarkt geen vrijstelling gaf van de parkeerbelasting.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de vergunning op het moment van de naheffingsaanslag zichtbaar achter de voorruit was aangebracht. Op grond van vaste jurisprudentie is dan geen sprake van vergunningparkeren. Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd wegens het ontbreken van een zichtbare geldige vergunning.