ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken serieuze jacht door Maoïsten en niet verstreken implementatietermijn Definitierichtlijn
Eiser, een Nepalese asielzoeker, vordert een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege vrees voor vervolging door de Maoïsten. Hij stelt dat hij en zijn familie bedreigd zijn, zijn jongste broer is omgebracht door de Maoïsten en hij vreest voor zijn veiligheid.
Verweerder betwist dat er sprake is van een serieuze jacht op eiser en wijst op het bestaan van relatief veilige gebieden in Nepal waar eiser bescherming kan zoeken. Tevens wordt aangevoerd dat het asielrelaas ongeloofwaardig is vanwege het ontbreken van documenten en het feit dat eiser na India terugkeerde naar Nepal.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit het asielrelaas als geloofwaardig beschouwt en de vrees aannemelijk acht, maar dat de vraag of er sprake is van een serieuze jacht een kwalificerende beoordeling is. De rechtbank volgt verweerder in de conclusie dat geen sprake is van een serieuze jacht en dat eiser zich in relatief veilige gebieden kan vestigen.
Daarnaast wordt het beroep op de Definitierichtlijn afgewezen omdat de implementatietermijn ten tijde van het besluit nog niet was verstreken. Het beroep op individuele klemmende redenen van humanitaire aard wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser op een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een serieuze jacht en niet verstreken implementatietermijn van de Definitierichtlijn.