ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0309
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning voortgezet verblijf minderjarige vreemdeling
Eiser, een Angolese alleenstaande minderjarige vreemdeling, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning onder de beperking 'voortgezet verblijf'. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 3.51 van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat er volgens hem adequate opvang beschikbaar was.
Eiser betoogde dat na 15 juli 2005 geen opvang meer beschikbaar was en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn gezinsleven met een vriendin met een asielvergunning en hun kind. De rechtbank oordeelde dat verweerder weliswaar aan artikel 8 EVRM Pro had getoetst, maar niet volledig, omdat de gezinsomstandigheden niet waren meegewogen.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit in strijd was met de artikelen 3:4 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten werden vergoed aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvolledige toetsing aan artikel 8 EVRM.