ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0706
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging verblijfsvergunning voortgezet verblijf Guinese alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, afkomstig uit Guinee en bijna drie jaar houder van een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier met wijziging in de beperking voortgezet verblijf. De Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af op grond van artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat niet was gebleken dat bijzondere individuele omstandigheden zich voordeden die het onverantwoord maakten dat eiser Nederland verliet.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door onjuiste feitelijke beoordeling en onvoldoende individuele toetsing van zijn situatie, waaronder zijn privéleven en het risico op ernstige gevolgen bij terugkeer naar Guinee. Tevens stelde hij dat verweerder de belangenafweging niet conform het toepasselijke beleid en artikel 8 EVRM Pro had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder weliswaar onzorgvuldig was geweest in het noemen van Angola in plaats van Guinee, maar dit als kennelijke verschrijving kon worden beschouwd. De toetsing van verweerder was terughoudend maar redelijk, waarbij de langdurige verblijfsduur in Guinee en het uitgangspunt dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen in beginsel terugkeren naar het land van herkomst zwaar wogen. De rechtbank verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat de inmenging in het privéleven gerechtvaardigd was in het belang van het economisch welzijn van Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van verlenging van de verblijfsvergunning voortgezet verblijf wordt ongegrond verklaard.